
Op de goodwill van het vorige faillissement
Een last-mile mobility-startup herrees uit de as van een eerder faillissement — en stortte binnen anderhalf jaar opnieuw in, met zeventien e-bikes waarvan niemand meer weet van wie ze zijn.
De plek en het bedrijf
Aan het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam-Zuid, op de eerste verdieping van een kantoorpand, zat tot voor kort een startup die geloofde in de toekomst van de bakfiets. Niet de traditionele, houten variant, maar de elektrische: cargo e-bikes, e-scooters en e-motoren, geïmporteerd en doorverkocht aan de Nederlandse markt. Het bedrijf noemde zichzelf een speler in “last mile mobility” — het laatste stukje van de rit, van distributiecentrum naar voordeur, dat steeds vaker elektrisch en op twee wielen wordt afgelegd.
Een paar kilometer verderop, aan de Ankerweg bij het Westelijk Havengebied, huurde de startup een tweede locatie: een opslagdok waar de voorraad stond. Bakfietsen, onderdelen, accu’s — spullen die ergens tussen import en verkoop even moesten wachten.
Op 19 mei 2026 sprak de rechtbank Noord-Holland het faillissement uit. Op dat moment stonden er nog twee mensen op de loonlijst. Een derde had kort daarvoor zelf ontslag genomen — een teken, achteraf bezien, dat er iets broeide.
De opbouw
Het bijzondere aan deze startup is niet waar ze begon, maar waarmee. De bestuurder had eerder een ander bedrijf geleid, actief in dezelfde hoek van de mobiliteitsmarkt, dat in 2023 failliet ging. Volgens het eerste curatorverslag werd de goodwill uit dat eerdere faillissement — de merkwaarde, het netwerk, de kennis van leveranciers en klanten — aangewend voor de oprichting en exploitatie van deze nieuwe onderneming. Op 18 januari 2024 werd de nieuwe vennootschap opgericht. Geen schone lei, maar een doorstart in alles behalve de naam.
In de opstartfase werd een businessplan geschreven en gepresenteerd aan potentiële investeerders. Het lukte: er verbond zich een investeerder aan de onderneming. Op basis daarvan werd geïnvesteerd in voorraad, in een kantoorlocatie aan een van de bekendere pleinen van de stad, in een tweede opslagruimte bij de haven. De cijfers over 2024 laten een omzet zien van ruim een ton — 112.874 euro — met een verlies van bijna 98.000 euro. Voor een startup in de opbouwfase geen ongebruikelijk beeld: investeren gaat voor winst.
Wat er misging
2025 werd het jaar waarin het misging. De omzet zakte naar 31.140 euro — een daling van meer dan 70 procent — terwijl het verlies opliep tot bijna drie ton: 298.637 euro. Het balanstotaal kelderde van ruim 51.000 naar minder dan 15.000 euro. Volgens de bestuurder is een belangrijke oorzaak dat een deel van de beoogde investering uiteindelijk uitbleef. De investeerder die zich had verbonden, leverde niet alles wat was toegezegd. Daarnaast, zo verklaarde de bestuurder aan de curator, ondervond de onderneming weerstand vanuit de mobiliteitsbranche zelf — zonder dat in het verslag wordt uitgewerkt wat die weerstand precies inhield.
Tegen april 2026 liep het huurcontract voor het kantoor aan het Wilhelminaplein van rechtswege af — het was voor een jaar aangegaan en werd niet verlengd. De ruimte werd niet ontruimd. Ook de tweede locatie bij de haven, waar volgens de curator geen schriftelijke huurovereenkomst aan ten grondslag lag, bleef gewoon in gebruik. Op 19 mei 2026 volgde het faillissement.
Kort voor de uitspraak had een van de drie werknemers zelf ontslag genomen. De twee anderen werden door de curator zekerheidshalve per brief ontslagen — de standaardprocedure bij een faillissement zonder doorstart. Een van hen had daarvoor al een kort geding aangespannen tegen de onderneming, met een vordering tot betaling van achterstallig én toekomstig loon. Die procedure is na de faillietverklaring op verzoek van de curator geschorst.
Een eerder bedrijf van de bestuurder, actief in dezelfde branche, gaat failliet
Oprichting van de nieuwe onderneming, met de goodwill van het vorige faillissement
Omzet daalt 70%, verlies loopt op tot bijna 3 ton — investering blijft deels uit
Huurcontract kantoorruimte loopt van rechtswege af, ruimte blijft in gebruik
Faillissement uitgesproken door de rechtbank Noord-Holland
Wat de curator aantrof
Toen de curator de twee bedrijfslocaties bezocht, trof hij een aanzienlijke voorraad aan: zeventien voertuigen en diverse onderdelen, verspreid over het kantoorpand en de opslaglocatie bij de haven. Nog eens twee voertuigen zouden zich op een derde, nog niet bezochte locatie bevinden. Van eigendom is echter allerminst zekerheid. Een leverancier meldde zich met de stelling dat op vijftien van die voertuigen een eigendomsvoorbehoud rust — de spullen zouden juridisch nog van de leverancier zijn, ondanks dat ze fysiek bij de gefailleerde onderneming stonden. De curator heeft de leverancier gevraagd dat te onderbouwen; het onderzoek loopt nog.
Daar bovenop deed ook een crediteur een beroep op het retentierecht voor een deel van de voorraad — het recht om spullen onder zich te houden totdat een rekening is betaald. En ook de kantoorinventaris ligt niet vast: derden meldden zich bij de curator met de stelling dat zij eigenaar zijn van spullen die in het (voormalig gehuurde) kantoor stonden. Drie claims op hetzelfde magazijn vol bakfietsen en bureaus, drie verschillende partijen die zeggen: dat is van mij.
Ook de debiteurenpositie roept vragen op. Volgens de administratie stond er ultimo mei 2026 geen vordering óp de onderneming open, maar juist een negatief saldo van 31.285 euro — de onderneming zou per saldo geld verschuldigd zijn aan haar eigen klanten, in plaats van andersom. Hoe dat precies zit, moet de curator nog uitzoeken.
De jaarrekening over 2024 is nooit bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd; die over 2025 hoefde dat, gezien de wettelijke termijnen, nog niet. Onderzoek naar mogelijk onbehoorlijk bestuur en paulianeus handelen — het benadelen van schuldeisers vlak voor een faillissement — staat aangekondigd maar is bij dit eerste verslag nog niet afgerond.
De schade tot nu toe
De boedel is op dit moment leeg: het boedelsaldo staat op nul euro. De fiscus heeft een preferente vordering van 6.580 euro ingediend. Daarnaast hebben zich twaalf concurrente schuldeisers gemeld, met een gezamenlijk bedrag van 36.931,56 euro — waarvan een deel van ruim duizend euro voorlopig wordt betwist. Voor een onderneming die twee jaar eerder nog met investeerdersgeld een kantoor aan een van de bekendere pleinen van Amsterdam-Zuid kon huren, is dat een schrale eindstand.
De open vragen
De belangrijkste vraag is misschien wel de eenvoudigste: van wie zijn de zeventien bakfietsen en scooters die in de twee loodsen staan? Tot die vraag beantwoord is, kan de curator ze niet te gelde maken voor de schuldeisers — en blijven zowel het kantoorpand als de opslagruimte onontruimd, terwijl de huurperiode al maanden geleden formeel voorbij is.
Ook onduidelijk: hoe de mislukte investering precies verliep, en of het beroep van de bestuurder op “weerstand vanuit de mobiliteitsbranche” bij nader onderzoek meer inhoudt dan een verklaring achteraf. En dan is er de vraag die bij een tweede faillissement van dezelfde bestuurder onvermijdelijk zwaarder weegt dan bij een eerste: was dit domme pech in een moeilijke markt, of een patroon?
De curator dient het volgende verslag uiterlijk 18 september 2026 in.
Dit dossier loopt nog. Het eerste verslag van de curator dateert van 18 juni 2026.
Dit dossier loopt nog
Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.
Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl