Ga naar inhoud
Een verlaten viskraam aan een haven, lege ijskisten en een opgerolde vlag, met op de achtergrond wazig een rij windturbines op zee

De visserij verloor het van de windmolens

Een vishandel die al zesendertig jaar bestond, viel om door een optelsom die geen enkele visser alleen kon beïnvloeden — en een greep in de kas vlak voor de val.

Stellendam
Voeding
Uitspraak: 9 juni 2026
4 werknemers
Resteert
Advertentie

De plek en het bedrijf

Stellendam ligt aan de rand van het Haringvliet, op het puntje van Goeree-Overflakkee waar de polders overgaan in duinen en het duin overgaat in zee. Een vissershaven met een sluis, een handvol kotters, meeuwen boven de afslag. Aan de Delta-Industrieweg, een paar honderd meter van het water, zat een vishandel die hier al meer dan drie decennia inkocht, verwerkte en doorverkocht — groothandel in vis, schaal- en weekdieren, met een tweede vestiging aan de Halkade in IJmuiden, de grootste visafslag van Nederland.

Het bedrijf bestond sinds 1990. Vier mensen werkten er nog toen het doek viel: een fractie van wat het ooit moet zijn geweest, in een sector die zelf ook krimpt. Geen fabriekshal vol machines, geen indrukwekkend pand — een handelshuis dat leefde van marges op iets dat de zee moest leveren en de dieselmotor moest ophalen.

Een verroeste, verlaten scheepshelling in stil havenwater bij avondlicht
Foto: David McElwee via Pexels

De opbouw

Een vishandel is in de kern een tussenpersoon: inkopen bij de kotters, verwerken, doorverkopen aan de horeca, de supermarkt, de exportmarkt. Het businessmodel draait op volume en marge, en dat vraagt om schaal — vandaar de twee vestigingen, één in de eigen thuishaven en één op de grootste afslag van het land. Nog in 2025 draaide het bedrijf bijna zes miljoen euro omzet. Het was geen kleine speler.

Bestuurder en enig aandeelhouder was een andere besloten vennootschap, op haar beurt volledig in handen van één man. Een gebruikelijke structuur voor een familiebedrijf dat na jaren nog altijd door dezelfde hand wordt gestuurd — zonder dat de eigenaar zelf in de voorgevel van het handelsregister hoeft te staan.

Wat er misging

Het bestuur zelf noemt tegenover de curator vier oorzaken, en het is een opsomming die verder reikt dan één ondernemer of één verkeerde beslissing. Ten eerste: de dieselprijs. Een viskotter die niet uitvaart, levert geen vis — en met brandstof die duur blijft, blijven steeds meer boten aan de kade liggen. Ten tweede: de aanleg van windmolenparken op zee, die traditionele visgronden inperken. Ten derde: de opwarming van het water, waardoor vissoorten die de sector nodig heeft, zich verplaatsen of gewoon minder talrijk worden. En ten vierde, minder direct maar wel genoemd: de oorlog in Oekraïne, met de bredere economische naschokken die daarbij horen.

Geen van die vier is iets waar een vishandelaar aan de Delta-Industrieweg zelf iets aan kon doen. Het is een verhaal dat in de Nederlandse kustvisserij vaker wordt verteld: een sector die tegelijk klem zit tussen energietransitie, klimaatverandering en geopolitiek — en waarvan de gevolgen niet bij de vissers blijven hangen, maar net zo hard neerslaan bij de handel die van hun vangst afhankelijk is. De omzet kelderde: van bijna zes miljoen euro in 2025 naar minder dan negen ton in de eerste maanden van 2026. Begin juni vroeg het bestuur zelf het faillissement aan.

€5,8M Omzet 2025
€864K Omzet begin 2026
4 Medewerkers bij faillissement
36 jaar Bedrijf bestond sinds 1990

Wat de curator aantrof

Kort voor de faillietverklaring gebeurde er iets dat de curator inmiddels nader onderzoekt: het bestuur maakte geld over van de bankrekening van het bedrijf naar de rekening van een gelieerde vennootschap — naar eigen zeggen om beslag te voorkomen. Een deel van dat bedrag, zo’n dertigduizend euro, is inmiddels teruggevloeid naar de boedelrekening. Een resterend bedrag van bijna twintigduizend euro staat nog open, en de gelieerde onderneming zou daar op dit moment niet over kunnen beschikken.

Ook de inventaris riep vragen op. In het bedrijfspand trof de curator maar een beperkte hoeveelheid spullen aan — volgens het bestuur was een groot deel van de inventaris al vóór de faillissementsdatum verkocht. Waar die opbrengst is gebleven en of dat op de juiste manier is gegaan, wordt nu uitgezocht. Van de voorraad vis zelf restte op de dag van de uitspraak niets meer.

En dan is er nog een opvallend spoor buiten de landsgrenzen: een lopende procedure bij een Zweedse rechtbank, aangespannen tegen een horecabedrijf in het Zuid-Zweedse Karlskrona, wegens onbetaalde facturen die het bedrijf nog tegoed zou hebben. Hoe een viskotterhandel uit Stellendam een openstaande rekening had bij een restaurant in Zuid-Zweden, en of daar nog geld uit te halen valt, moet de curator via een Zweedse advocaat verder uitzoeken.

Zowel een mogelijk onbehoorlijk bestuur als paulianeus handelen — benadeling van schuldeisers in het zicht van het faillissement — worden op dit moment onderzocht. Concrete conclusies zijn er in dit eerste verslag nog niet; de curator heeft de administratie inmiddels ontvangen en gaat die de komende verslagperiode doorlichten.

Oprichting van de vishandel in Stellendam

Omzet nog bijna €5,8 miljoen

Bankrekeningsaldo overgemaakt naar gelieerde vennootschap

Faillissement uitgesproken op eigen aangifte

Vier medewerkers ontslagen, UWV geïnformeerd

De schade tot nu toe

De boedel bevat op dit moment ruim drieënveertigduizend euro, grotendeels bestaand uit banksaldi — een deel daarvan het teruggehaalde bedrag van de gelieerde vennootschap. Daar staat een schuldenlast tegenover van bijna vijf ton aan erkende concurrente vorderingen, verdeeld over zevenentwintig schuldeisers, plus een fiscale vordering van ruim veertienduizend euro aan onbetaalde loonheffingen. Er staat ook nog een debiteurenportefeuille open van ruim anderhalve ton — al zit daar een deel bedrijven tussen die aan het failliete bedrijf gelieerd zijn, en die volgens de curator mogelijk geen verhaal bieden.

€43.399 Boedelsaldo
€494.645 Erkende concurrente schuld
27 Concurrente schuldeisers
€150.440 Openstaande debiteurenportefeuille

De open vragen

Wat er precies is gebeurd met de inventaris die volgens het bestuur al voor de faillietverklaring werd verkocht, is nog niet opgehelderd. Hetzelfde geldt voor het resterende banksaldo dat bij de gelieerde vennootschap zou zijn geparkeerd — komt dat nog terug in de boedel, en zo ja, wanneer? De curator moet ook nog uitzoeken of de overboeking “ter voorkoming van beslag” een normale zakelijke transactie was of iets dat schuldeisers heeft benadeeld. En dan is er de Zweedse rechtszaak, die op zichzelf al aantoont hoe ver de handelsrelaties van een klein Zeeuws-Hollands visbedrijf reikten — en waarvan nog niet duidelijk is of er nog geld uit voortkomt voor de boedel.

De curator dient het volgende verslag uiterlijk 9 oktober 2026 in.

Dit dossier loopt nog. Het eerste verslag van de curator dateert van 9 juli 2026.

Dit dossier loopt nog

Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.

Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl
Advertentie

Lees ook