Ga naar inhoud
Verlaten vakantiehuisjes op een recreatiepark in de winter, met op de voorgrond een verweerde elektriciteitsmeterkast op een houten paal.

Het park dat verdween voor de rekening kwam

Een vakantiepark rekende jarenlang te veel voor stroom. Het hof gaf de bewoners gelijk — maar het bedrijf was al weg.

Schijndel
Vastgoed
Uitspraak: 21 april 2026
0 werknemers
Resteert
Advertentie

Aan de rand van Schijndel

Aan de rand van Schijndel, daar waar de straten ophouden en het bos begint, ligt een recreatiepark tussen de bomen. Houten vakantiehuisjes op vaste plekken, terrasjes onder de berken, smalle paden van zand en grind die tussen de kavels door slingeren. In het hoogseizoen is het er druk met mensen die even weg willen van alles; in de winter staat het er stil, de luiken dicht, het terrasmeubilair onder een laag bladeren.

Het park ligt in de gemeente Meierijstad, in het hart van Noord-Brabant. Het werd geëxploiteerd door een onderneming die in 2014 was opgericht en die precies deed wat je van zo’n bedrijf verwacht: vakantiehuisjes en appartementen verhuren, de gemeenschappelijke voorzieningen beheren, het park draaiende houden. Voor wie er een weekend doorbracht, was het een plek om tot rust te komen. Voor wie er een kavel bezat, was het iets ingewikkelder.

Want een recreatiepark is geen gewoon hotel. Op dit park stonden de vakantiehuisjes niet allemaal op grond van de exploitant. De kavels waren in de loop der jaren bijna allemaal verkocht aan particuliere eigenaren — mensen die een plek kochten om er hun eigen huisje neer te zetten, hun eigen stukje vrije tijd te bezitten. Die eigenaren waren samen georganiseerd in een vereniging van eigenaren, die hun gezamenlijke belangen behartigde. En tussen die eigenaren en de exploitant van het park liep, jarenlang, een draad die steeds strakker werd gespannen.

2014 Jaar van oprichting
30 sept 2025 Arrest van het hof
€0 Boedelsaldo
€37.919 Belastingschuld

Wie de meter beheert, beheert de rekening

De verhouding tussen een parkexploitant en de eigenaren van de kavels is er een van wederzijdse afhankelijkheid. De eigenaren willen genieten van hun plek, maar ze hebben stroom nodig, water, onderhoud van de wegen, de riolering, het groen. Die voorzieningen lopen via het park. De exploitant levert ze — en stuurt de rekening.

Daar zat het probleem. Wie de meter beheert, beheert de rekening. De exploitant bracht de eigenaren kosten in rekening voor de levering en het verbruik van elektra en water. Daarnaast waren er bijdragen die met de vereniging van eigenaren te maken hadden. Over die bedragen ontstond onenigheid. Niet eenmalig, niet over één factuur, maar structureel — jaar na jaar, over de tarieven die de eigenaren betaalden voor de stroom en het water dat door hun eigen huisjes liep.

Het is een conflict dat zich op veel recreatieparken in Nederland in een of andere vorm afspeelt: de spanning tussen wie het park bezit en wie er woont of recreëert. Maar zelden loopt het zó ver uit de hand dat het eindigt waar dit verhaal eindigt.

Jaren van procederen

De eigenaren namen er geen genoegen mee. De vereniging van eigenaren en individuele kaveleigenaren voerden in de bestaansperiode van het bedrijf vele procedures tegen de exploitant. Het ging telkens om dezelfde kern: de kosten die het park in rekening bracht voor elektra en water, en de bijdragen die het bedrijf op zijn beurt aan de vereniging verschuldigd zou zijn.

Procederen is een uitputtingsslag. Het kost geld, tijd, en vooral volharding. Voor een vereniging van eigenaren is het een zware last om jarenlang te procederen tegen de partij die de stroom, het water en de voorzieningen in handen heeft. Toch hielden ze vol. Zaak na zaak, instantie na instantie.

Een rij gesloten chalets op een vakantiepark aan de bosrand, kale bomen, laagseizoen.
Foto: Efrem Efre via Pexels

Het arrest

Op 30 september 2025 viel de beslissing. Het gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch stelde de eigenaren in het gelijk. Het hof sprak een verklaring voor recht uit: het bedrijf had in de afgelopen jaren inderdaad te hoge tarieven gehanteerd. De stroom en het water waren te duur geweest. En het bedrijf werd veroordeeld tot betaling van de bijdragen die het aan de vereniging van eigenaren verschuldigd was.

Na jaren van procederen lag er eindelijk een oordeel. De eigenaren hadden gelijk gekregen, op papier én voor de rechter. Wat restte, was het innen van wat hun toekwam — de erkenning omzetten in geld dat terug zou stromen naar de mensen die te veel hadden betaald.

Het was op dat punt dat het verhaal een wending nam die zelfs de meest doorgewinterde procespartij niet had zien aankomen.

De dag waarop het bedrijf ophield te bestaan

Toen de eigenaren in oktober 2025 een sommatie stuurden om hun geld op te eisen, stuitten ze op een muur. Het bedrijf bleek niet meer te bestaan. In het handelsregister was op 11 november 2025 een ontbinding ingeschreven — een turboliquidatie. En volgens die registratie was de onderneming opgehouden te bestaan per 30 september 2025.

Precies de dag van het arrest.

Een turboliquidatie is een wettelijke route om een bv in één keer te laten verdwijnen. Heeft een vennootschap geen bezittingen meer, dan kan het bestuur haar ontbinden zonder formele vereffening: een inschrijving in het register, en de onderneming houdt op te bestaan. Geen curator, geen afwikkeling, geen aanspreekpunt. Een juridische verdwijntruc, bedoeld voor lege vennootschappen — maar in dit geval ingezet op het moment dat er net een veroordeling lag.

De voorwaarden voor zo’n stille ontbinding leken aanwezig. De activiteiten waren al geruime tijd gestaakt. In april 2024 was de grond van het recreatiepark verkocht en overgedragen aan de gemeente Meierijstad. De kavels waren al in handen van de particuliere eigenaren. Wat overbleef was, op papier, een lege huls. En precies op de dag dat het hof oordeelde dat die huls geld terug moest betalen, zou de huls hebben opgehouden te bestaan.

De eigenaren lieten het niet gebeuren

Maar de eigenaren legden zich er niet bij neer. Een bedrijf dat zojuist voor de rechter had verloren, kon niet zomaar door de achterdeur verdwijnen met de rekening onbetaald.

Ze stelden dat de turboliquidatie geen stand kon houden, omdat er wel degelijk iets te halen viel. Niet in de vorm van bezittingen op de bankrekening, maar in de vorm van een vordering: bestuurdersaansprakelijkheid. Het bedrijf had namelijk jarenlang verzuimd zijn jaarrekeningen op tijd te deponeren. Dat verzuim kan, onder omstandigheden, de bestuurder persoonlijk aansprakelijk maken voor het tekort. En een vordering is een potentiële bate — genoeg om de vereenvoudigde ontbinding ongedaan te maken en een faillissement af te dwingen.

De vereniging van eigenaren diende haar vordering in als hoofdvordering; individuele eigenaren sloten zich aan met steunvorderingen. Samen vroegen ze het faillissement van het bedrijf aan. De rechtbank ging mee in hun redenering: er was summierlijk gebleken van mogelijke baten, en daarmee was voldaan aan de voorwaarden voor een faillietverklaring. Op 21 april 2026 werd het bedrijf alsnog failliet verklaard — niet door een schuldeiser van buiten, maar door de eigenaren zelf, die weigerden samen met het park te verdwijnen.

De onderneming wordt opgericht en gaat het recreatiepark exploiteren.

De grond van het park wordt verkocht en overgedragen aan de gemeente Meierijstad.

Het gerechtshof stelt de eigenaren in het gelijk: te hoge tarieven, en verschuldigde bijdragen.

De eigenaren sturen een sommatie om de veroordeling te innen.

Een turboliquidatie wordt ingeschreven, met als ontbindingsdatum 30 september 2025.

Op verzoek van de vereniging van eigenaren wordt het faillissement uitgesproken.

Wat de curator aantrof

Met de faillietverklaring kwam er een curator, en daarmee de vraag waar de meeste faillissementen mee beginnen: waar is de administratie, en waar is de bestuurder?

Op beide vragen kreeg de curator vooralsnog geen antwoord. Hij probeerde langs verschillende wegen in contact te komen met degene die de boeken onder zich had — onder meer via de overkoepelende vennootschap die het bedrijf bestuurde en die daarvoor een volmacht had verleend. Brieven werden verstuurd. Maar het lukte langs geen enkele weg om contact te krijgen. De administratie werd niet aangeleverd. Het boedelsaldo bedroeg nul.

De jaarrekeningen vertellen hun eigen verhaal. Die over de jaren 2015 tot en met 2020 werden pas op 5 juni 2023 gedeponeerd — in één keer, jaren te laat. De jaarrekeningen vanaf 2021 zijn nooit ingediend. Het is precies dat patroon van structureel te laat en niet deponeren waarop de eigenaren hun vordering wegens bestuurdersaansprakelijkheid baseerden, en waarmee ze de turboliquidatie ongedaan maakten.

Wat de curator wél aantrof, was een rij bekende schulden. De Belastingdienst heeft een vordering van 37.919 euro, met daarbovenop ruim 4.000 euro aan verschuldigde invorderingsrente. Eén concurrente schuldeiser meldde zich met een vordering van 859 euro. De grote post — wat het bedrijf aan de eigenaren verschuldigd is op grond van het arrest — moet nog volledig in kaart worden gebracht. De curator doet onderzoek naar onbehoorlijk bestuur en naar paulianeus handelen.

De open vragen

Het verhaal van dit park is dat van een conflict dat tot het bittere einde werd uitgevochten, en dat zelfs daarna niet ophield. De eigenaren wonnen voor de rechter, maar staan nu met een veroordeling in de hand tegenover een lege boedel en een bestuurder die niet reageert. Of zij ooit een cent terugzien van wat ze te veel betaalden, hangt af van precies dat onderzoek dat de curator nu is begonnen: levert de bestuurdersaansprakelijkheid een verhaalbare bate op, of niet?

En de grootste vraag is er een die de droge feiten oproepen maar niet beantwoorden. Waarom werd de onderneming ontbonden op exact de dag waarop het hof haar veroordeelde? Wat gebeurde er in de jaren voor de ontbinding met het geld dat de eigenaren te veel betaalden? En waarom blijven de boeken dicht, en de bestuurder onbereikbaar, nu het erop aankomt?

Het park staat er nog. De huisjes, de paden, de berken. Wat verdween was niet de plek, maar het bedrijf dat de plek beheerde — net op tijd, leek het, om de rekening te ontlopen. De eigenaren haalden het terug uit het niets, één faillissementsverzoek lang. Wat er nu nog te halen valt, moet blijken.

Het dossier loopt nog. De curator deed naar aanleiding van het eerste verslag van mei 2026 zijn eerste bevindingen; het volgende verslag wordt in augustus 2026 verwacht.

Dit dossier loopt nog

Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.

Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl
Advertentie

Lees ook