
De sneaker die alleen New Balance zag
Vier jaar lang werd een Rotterdams sneakermerk niet door consumenten ontdekt — wel door één Amerikaanse tegenpartij die er een logo in zag.
Een unit aan de Kiotoweg
In Rotterdam-West, voorbij de A20, ligt de Spaanse Polder — een industrieterrein van loodsen en logistieke hallen, autoshowrooms en bouwmarkten. Daar tussenin staan bedrijfsverzamelpanden: rechte gevels met genummerde units, ramen die uitkijken op een asfalt parkeerterrein, deuren die uitkomen in een centrale gang met postvakjes en een aanmeldknop.
Aan de Kiotoweg, in een unit in zo’n verzamelpand, was bijna vier jaar lang een Nederlandse sneakerfabrikant gevestigd. Met een eigen merk, een eigen logo en, vanaf eind 2020, een eigen ambitie. Met drie aandeelhouders die het samen wilden waarmaken.
Op 14 april 2026 sprak de rechtbank in Rotterdam het faillissement uit, op eigen aangifte. Een maand later schreef de curator zijn eerste verslag. Twaalf pagina’s beknopt en feitelijk. En in dat verslag staan een paar cijfers die het verhaal samenvatten in regels.
In het boekjaar 2023 boekte het bedrijf 3.344 euro omzet. Het jaar daarop 12.803 euro. In 2025 38.160 euro. In de eerste maanden van 2026, voordat de curator zich meldde, 42.091 euro. Bij elkaar: krap 97.000 euro aan inkomsten in vier jaar tijd.
Daartegenover stonden verliezen die alleen maar verder uitliepen. 542.000 euro in 2023. 518.000 euro in 2024. 1.335.000 euro in 2025. En 137.000 euro in de eerste maanden van 2026.
Bijna 2,5 miljoen euro verbrand. Voor 97.000 euro aan verkochte schoenen.
Wat er overbleef
Toen de curator zich, een dag na de uitspraak, op de bedrijfslocatie aan de Kiotoweg meldde, vond hij niet veel meer dan een werkplek. Een bescheiden hoeveelheid kantoorinventaris, opgesomd in het verslag met de droogheid die curatorverslagen kenmerkt.
Daarnaast de immateriële activa: de domeinnaam, de website, en de intellectuele eigendomsrechten op het merk dat ondanks alles bestond. Voor het hele pakket — inclusief alles dat van het bedrijf overgebleven was — werd uiteindelijk een prijs betaald die in geen economisch opzicht in verhouding staat tot wat erin geïnvesteerd is: 12.100 euro inclusief btw.
De koper was een aan het bedrijf gelieerde partij. Wie dat precies is, in welke verhouding tot de drie holdings die de aandelen hielden, en of het merk daarmee voort wordt gezet onder dezelfde of een andere naam, blijkt niet uit het verslag. Wat wel blijkt: de curator verkreeg toestemming van de rechter-commissaris voor deze onderhandse transactie. Het bedrag werd overgemaakt op de boedelrekening. Daarmee bedroeg het boedelsaldo bij het opmaken van het eerste verslag 12.102,53 euro — een sluitend, bijna symbolisch getal.
De enige werknemer werd op 17 april 2026 ontslag aangezegd. Drie dagen na de faillietverklaring.
Drie holdings, één merk
De aandelen waren in handen van drie investerings-BV’s. In het verslag worden ze met initialen aangeduid — drie holdings, ieder met een eigen profiel, die samen in november 2020 een sneakerfabrikant hadden opgericht. Bestuurd door drie natuurlijke personen, ondersteund door één werknemer in loondienst.
Hoe de inbreng werd verdeeld, hoeveel kapitaal er gestort werd, en wie het geld leverde voor de operationele exploitatie — over die details zwijgt het verslag. Wat wel duidelijk is, is dat het kapitaal dat erin ging er niet uit kwam. De negatieve resultaten — bij elkaar ruim 2,5 miljoen euro over vier boekjaren — moeten ergens vandaan zijn gekomen. Bankleningen worden in het verslag niet genoemd. De bank waar het bedrijf zijn rekening had, had geen vordering. Aandeelhouderfinanciering vanuit de drie holdings is de meest waarschijnlijke verklaring.
Drie afzonderlijke partijen, drie afzonderlijke beleggers, drie afzonderlijke vennootschappen — die samen één merk hebben gefinancierd. En die in dit eerste verslag niets van die inleg terugzien. De fiscus had, op het moment van schrijven, nog geen vordering ingediend. Het UWV evenmin. Tot dan toe waren er nog geen concurrente crediteuren bekend. De rekeningen die er in de wereld zwerven moeten nog binnenkomen.
Wat er misging — in Frankrijk en in Boston
Volgens opgave van het bestuur waren er twee oorzaken voor het faillissement.
De eerste was technisch. De fabrikant in Frankrijk die de sneakers vervaardigde, maakte fabricagefouten. Wat dat precies inhield — verkeerde maten, slechte hechting, gebreken aan de zool — staat niet in het verslag. Wel dat één en ander ervoor heeft gezorgd dat het bedrijf onvoldoende toekomstperspectief had.
De tweede oorzaak werd in het verslag bij naam genoemd: een geschil over intellectueel eigendom met New Balance, het Amerikaanse sportmerk, over het logo dat het Nederlandse merk op de zijkant van zijn sneakers droeg.
New Balance is een familiebedrijf uit Boston dat sinds de jaren zestig sneakers maakt en dat zijn iconische gestileerde N — schuin, met diagonale slag — beschermt zoals luxe modehuizen hun monogrammen beschermen. Bij elke nieuwe sneakerlancering die in het vaarwater van de Amerikaanse merknaam zit, volgt een brief van een jurist. Niet als pestgedrag, maar als routinematige bescherming van een merkbeeld.
Hoe het logo van het Rotterdamse merk eruitzag, en in hoeverre het op de N van New Balance leek, is uit het verslag niet op te maken. Wat wel duidelijk is: New Balance vond het lijken. En New Balance zette de procedure in gang.
Een rechtszaak tegen een internationaal sneakermerk is een procedure die, alleen al wegens kosten, veel kleine merken niet aankunnen. Dat de curator melding maakt van het geschil in zijn allereerste verslag — niet als een open onderzoekspunt, maar als de door het bestuur opgegeven oorzaak — suggereert dat het bedrijf het zelf ook als doorslaggevend beschouwde.
Hoe dan ook: voor het bedrijf was het tweeledig fataal. Aan de productiekant gingen schoenen kapot bij de fabrikant. Aan de marketingkant kwam er een claim van de partij wier logo het meest leek op het eigen logo.
En op de markt zelf: 97.000 euro omzet in vier jaar.
Een merk dat niemand miste
De jaarrekeningen werden steeds netjes en op tijd gedeponeerd. Boekjaar 2021 in december 2022. Boekjaar 2022 in oktober 2023. Boekjaar 2023 in december 2024. Boekjaar 2024 in december 2025. Vier jaarrekeningen, vier nette deponeringsdata.
Het balanstotaal stond in 2023 nog op ruim een miljoen euro. In 2024 op 1,14 miljoen. In 2025 was het al ingestort: 346.000 euro. In de eerste maanden van 2026 weer wat opgeklommen, naar 377.000 euro — terwijl in diezelfde paar maanden alweer 137.000 euro aan verlies werd opgebouwd.
Het beeld dat uit de cijfers oprijst is dat van een bedrijf dat een aanzienlijk vermogen verbrand heeft zonder dat de markt het ooit echt heeft opgemerkt. Een sneaker die niet gemist werd. Een merk dat niet werd gevonden.
Behalve door één partij.
Drie investerings-BV's richten samen het sneakermerk op.
Omzet €3.344. Verlies €542.000.
Omzet €12.803. Verlies €518.000.
Omzet €38.160. Verlies €1.335.000. Geschil met Amerikaans sportmerk aanhangig.
Eigen aangifte van het faillissement; rechtbank wijst toe.
Enige werknemer ontslag aangezegd.
Inventaris, domeinnaam en merkrechten onderhands verkocht aan gelieerde partij voor €12.100.
Wat resteert
Het is de eerste verslagperiode. De curator zal de administratie nader onderzoeken. Hij zal de stand van het IE-geschil opvragen. Hij zal nagaan in hoeverre de fabricagefouten bij de Franse fabrikant aanleiding geven tot vorderingen die nog op de balans van de boedel kunnen worden bijgeschreven.
Wat in het verslag al concreet staat, is dat de inventaris, de domeinnaam en de intellectuele eigendomsrechten in de eerste maand al naar een gelieerde partij zijn gegaan. Voor 12.100 euro. Aan een partij waarvan de naam in het verslag niet wordt genoemd, maar waarvan het verslag wel meldt dat zij gelieerd is — wat in faillissementstermen betekent dat zij verbonden is aan dezelfde aandeelhouders, bestuurders of vennootschapsstructuur als de gefailleerde.
Wat dat in dit geval betekent — of het merk daarmee voort wordt gezet, of dat de naam wordt afgeschreven — is een open vraag.
Wat ook open blijft, is wat de fabricagefouten precies inhielden. En wat de jurist van het Amerikaanse merk dan precies op het logo te zeggen had. Een procedure die in volle gang was, blijkens het verslag. Een procedure die nu, met de faillietverklaring, een geheel andere wending neemt.
In Rotterdam-West, voorbij de A20, in een unit aan de Kiotoweg, was vier jaar lang een sneakermerk gevestigd. Het werd niet door consumenten ontdekt, niet door magazines, niet door influencers. Maar wel door één partij — een merk dat in dat andere logo iets van zichzelf zag.
Dit dossier loopt nog, naar aanleiding van het eerste verslag van mei 2026.
Dit dossier loopt nog
Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.
Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl