Ga naar inhoud
Een verlaten pizzeria-interieur bij avondlicht, lege stoelen op tafels, een grote gemetselde pizzaoven donker en koud op de achtergrond.

De ingemetselde oven gaat onder de hamer

Een geliefde Napolitaanse pizzeria in de Amsterdamse binnenstad viel mee toen de holding erboven omviel — en met haar de zusterzaken.

Amsterdam
Horeca
Uitspraak: 1 mei 2026
0 werknemers
Resteert
Advertentie

Aan het Kadijksplein, in het oostelijke deel van de Amsterdamse binnenstad waar de grachten overgaan in het oude havengebied, zat jarenlang een pizzeria. Geen toeristenval met bevroren bodems, maar een zaak die Napolitaanse pizza’s bakte zoals het hoort: in een oven die in de muur was ingemetseld, een oven die je niet zomaar meeneemt als je vertrekt. Wie er at, kwam terug. De omzet schommelde jaar na jaar rond de acht ton — in 2023 nog ruim 888.000 euro, in 2024 zo’n 843.000, in 2025 opnieuw 840.000. Geen explosieve groei, maar een gezond, stabiel buurtbedrijf met een trouwe klantenkring.

En toch staat die oven nu op de veilinglijst.

Een bedrijf dat nooit alleen stond

De pizzeria was geen losse onderneming. Ze maakte deel uit van een kleine Amsterdamse horecagroep: enkele restaurants, een tweede pizzeria en een burgerzaak, allemaal opgehangen onder één holding. Die constructie is in de horeca heel gewoon. De holding bezit de zaken, sluit de contracten, heeft het personeel in dienst; de werkmaatschappijen daaronder draaien elk hun eigen vestiging en dragen de exploitatiekosten — inclusief de loonkosten van het personeel dat formeel bovenin zit.

Het is een efficiënte structuur zolang alles goed gaat. Maar ze heeft een eigenschap die pas zichtbaar wordt als het misgaat: de delen hangen aan elkaar vast. Het personeel van de pizzeria stond niet op haar eigen loonlijst, maar op die van de holding. De huur van het pand liep via de holding, die het — met medeweten van de verhuurder — liet gebruiken door de pizzeria. Of er formeel sprake was van onderhuur, is volgens de curator nog onduidelijk. Toen de bovenste steen wankelde, bleek er onder de pizzeria geen eigen fundament te liggen.

Hoe het scheef ging

De oorzaak van de val begint, zoals bij zoveel horecazaken, ruim voor het faillissement zelf. Vlak voor de coronaperiode, in 2018 en 2019, waren er stevige financieringsverplichtingen aangegaan. Toen kwam corona, en met corona de belastingschulden die zich in die jaren bij talloze horecaondernemers opstapelden. Het herstel van de markt na de pandemie viel tegen. Tegelijk liepen de kosten op: personeel werd duurder, energie werd duurder. En in Amsterdam dook ondertussen de ene na de andere pizzeria op met een vergelijkbaar kwaliteitsconcept — de concurrentie om dezelfde gast werd harder.

Volgens de bestuurder is geprobeerd het tij te keren met extra eigen geld. Dat hielp niet genoeg. Daarna volgde de poging om de hele groep in één keer te verkopen — holding én dochters samen. Ook die mislukte. Toen een regeling met de Belastingdienst stuklliep, kon de holding haar lopende verplichtingen niet meer voldoen. Op 14 april 2026 werd het faillissement van de holding uitgesproken.

Vanaf dat moment was het lot van de pizzeria bezegeld, ook al stond zij er op papier nog. Samen met de bestuurder onderzocht de curator of de werkmaatschappijen alsnog los, via een aandelentransactie, verkocht konden worden. Dat lukte niet. En belangrijker nog: het personeel kon niet langer vanuit de holding beschikbaar worden gesteld. Een pizzeria zonder koks is geen pizzeria. Op 1 mei 2026 werd ook het faillissement van de pizzeria uitgesproken, samen met dat van de tweede pizzeria en de burgerzaak. Een paar dagen later, op 4 mei, ging het licht definitief uit.

Wat de curator aantrof

Wat een faillissement concreet maakt, zijn de spullen die achterblijven. In het pand stond de volledige horeca-inventaris: de inrichting, de keuken, en die ene ingemetselde pizzaoven — het hart van de zaak, en juist het stuk dat je het moeilijkst verplaatst. Omdat een doorstart niet haalbaar bleek, heeft de curator opdracht gegeven de inventaris te veilen. De oven die nooit bedoeld was om weg te halen, gaat onder de hamer.

Lege stoelen in een gesloten restaurant, gordijnen dicht.
Foto: Pavel Danilyuk via Pexels

En dan begint het bekende ritueel van schuldeisers die hun spullen komen ophalen. Een wijnimporteur deed een beroep op zijn eigendomsvoorbehoud en haalde de aanwezige wijnvoorraad terug — afgehandeld, noteert de curator. Met een bierleverancier is overleg gaande om de tapinstallatie op te halen. De pinautomaat is al teruggestuurd naar de verhuurder ervan. Stukje bij beetje wordt een restaurant ontmanteld tot het pand kaal kan worden opgeleverd.

Eén detail wringt. Op de dag van het faillissement stond er op de bankrekening van de pizzeria een positief saldo van 33.883,05 euro. Geld dus, geen schuld. De curator heeft de bank meerdere keren verzocht dat bedrag over te maken naar de faillissementsrekening — maar had het op het moment van het eerste verslag nog altijd niet ontvangen.

De schade tot nu toe

De cijfers van de pizzeria zelf zijn, los van de groep, bescheiden. Tien concurrente schuldeisers hebben zich gemeld, samen goed voor ruim 32.000 euro. Het boedelsaldo staat op nul — al moet daar dat vastzittende banksaldo van bijna 34.000 euro nog bij worden geteld zodra de bank meewerkt. De jaarrekeningen, zo stelt de curator vast, werden steeds tijdig gedeponeerd; aan de stortingsverplichting op de aandelen lijkt te zijn voldaan. Het bredere rechtmatigheidsonderzoek loopt nog, zoals in dit stadium van elk faillissement.

€840K Omzet 2025
€33.883 Vastgezet banksaldo
10 Concurrente schuldeisers
€32.182 Bekende schuld

De grote schulden — de belastingaanslagen, de financieringen, de loonverplichtingen — zitten een verdieping hoger, bij de holding. Dat is de keerzijde van de constructie die de pizzeria jarenlang lucht gaf: nu de holding is gevallen, valt de zaak die er zelf gezond uitzag mee in het gat.

De open vragen

Wat blijft er over om uit te zoeken? De curator verkoopt eerst de inventaris, zodat het pand kan worden opgeleverd. Daarna volgen de inventarisatie van alle schuldeisers en het onderzoek naar de oorzaken en de rechtmatigheid, inclusief de verhoudingen tussen de vennootschappen binnen de groep — wie betaalde wat aan wie, en wanneer. Want bij een groep die als één geheel valt, is de hamvraag altijd hoe de waarde en de schulden over de onderdelen verdeeld waren.

En dan is er nog dat banksaldo van 33.883 euro, dat ergens tussen een rekening en een faillissementsboedel in hangt. Klein bedrag, groot principe: het geld van de gevallen pizzeria is er nog, het moet alleen nog de juiste kant op.

Dit dossier is nog niet afgewikkeld. Het volgende verslag van de curator wordt verwacht in september 2026.

Dit dossier loopt nog

Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.

Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl
Advertentie

Lees ook