Ga naar inhoud
Smart buckle prototype op een horlogeband

De buckle die nooit op de markt kwam

Een startup ontwikkelde een slim horlogebandje dat je gewone horloge slim maakt — maar het geld was op voor het product af was

Veldhoven
ICT & Media
Uitspraak: 20 januari 2026
1 werknemer
Advertentie

Stel je voor: je hebt een klassiek horloge. Een erfstuk misschien, of een zorgvuldig uitgekozen chronograaf die je al jaren draagt. Je wilt de functionaliteit van een smartwatch — stappenteller, notificaties, hartslag — maar je wilt niet dat strakke, glazen scherm om je pols. Je wilt je horloge houden zoals het is. Alleen slimmer.

Dat was het idee achter een startup in de Brainport-regio: een slimme gesp — een buckle — die je aan een bestaande horlogeband bevestigt. Het klassieke uurwerk blijft, de technologie schuift er onzichtbaar onder. Geen scherm dat het ontwerp verstoort, geen plastic band die de elegantie doorbreekt. Gewoon je eigen horloge, maar dan slim.

Het was een idee dat investeerders aansprak. Een idee dat een ontwikkeltraject in gang zette bij een gespecialiseerd technologiebedrijf. Een idee dat bijna — bijna — tot een marktklaar product leidde.

Maar in januari 2026 sprak de rechtbank het faillissement uit. De smart buckle was nog niet af. Het geld wel.

€0 Omzet ooit gegenereerd
1 Werknemer
€80.500 Enige schuldeiser
€25.000 Doorstart opbrengst

Het concept: oud horloge, nieuwe technologie

Het bedrijf werd in 2024 opgericht en vestigde zich in Veldhoven — een bedrijfsverzamelgebouw in de schaduw van ‘s lands bekendste chipmachinefabrikant, in het hart van de regio waar technologie de moedertaal is. De officiële activiteiten: het ontwerpen van software, het produceren van computers en randapparatuur, en het ontwikkelen en verkopen van smartclips voor horloges.

De kern was een miniatuurcomputer in de vorm van een horlogegesp, met sensoren en draadloze connectiviteit. De technologie moest stappentellers, hartslagmetingen en smartphonenotificaties combineren in een apparaatje dat kleiner was dan een standaard horlogesluiting. Het idee was niet volledig nieuw — er bestaan vergelijkbare concepten — maar de ambitie was om het beter te doen. Kleiner, eleganter, beter geïntegreerd. Een product voor de horlogeliefhebber, niet voor de techneut.

De ontwikkeling werd uitbesteed aan een gespecialiseerd technologiebedrijf dat de prototypes bouwde, de software schreef en de hardware ontwierp. Alles in opdracht, alles gefinancierd door de aandeelhouders.

Het geld: Brabant en Dubai

De aandeelhoudersstructuur vertelt het verhaal van een ambitieuze internationale samenwerking. Vijftig procent van de aandelen lag bij een Nederlandse holding, bestuurd door twee personen die elk via een eigen vennootschap opereerden. De andere vijftig procent was in handen van een in Dubai gevestigde investeringsmaatschappij.

Het was aandeelhoudersgeld dat de ontwikkeling financierde. Er kwam nooit omzet binnen. In het enige volledige boekjaar genereerde het bedrijf exact nul euro aan inkomsten. Wat er wel was: uitgaven. De investering liep op tot een verlies van bijna 65.000 euro.

Jaar Omzet Resultaat Balans
2025 € 0 −€ 64.624 +€ 664

Voor een startup is dat niet ongebruikelijk. Veel technologiebedrijven verbranden geld voordat ze omzet draaien — het heet niet voor niets de burn rate. Het verschil is dat bij een startup alles afhangt van één ding: de bereidheid van investeerders om door te financieren tot het product de markt bereikt. En precies daar ging het mis.

De impasse: twee aandeelhouders, nul overeenstemming

In de loop van 2025 ontstond onenigheid tussen de aandeelhouders over de toekomst van het bedrijf. De Nederlandse partij en de investeerder uit het Midden-Oosten konden het niet eens worden over verdere financiering. De buitenlandse partner wilde niet meer bijleggen. De details van het geschil zijn niet openbaar — het verslag van de curator geeft er slechts contouren van — maar de kern is helder: het geld was op, en de ene helft van de eigenaars weigerde de portemonnee opnieuw te trekken.

Het resultaat was een patstelling die in het startupjargon een deadlock heet: vijftig-vijftig aandeelhouders die het nergens meer over eens zijn. Zonder geld kon de ontwikkeling niet worden afgerond. Maar de aandeelhouders konden ook niet tot een gezamenlijk besluit komen om het bedrijf zelf failliet te laten verklaren. De een wilde nog proberen, de ander wilde stoppen, en geen van beiden kon de ander overrulen.

De bestuurder — aangesteld via de Nederlandse holding — zag uiteindelijk geen uitweg en deed wat een bestuurder in nood kan doen: een verzoek tot surseance van betaling indienen bij de rechtbank.

Surseance is bedoeld als adempauze. Een wettelijke bescherming tegen schuldeisers, terwijl wordt onderzocht of de onderneming nog te redden valt. De rechtbank benoemde een bewindvoerder, die de financiële situatie beoordeelde en keek naar de mogelijkheid om op korte termijn financiering te regelen.

De conclusie was snel getrokken. Kortetermijnfinanciering was niet haalbaar. Het product was niet af, er was geen omzet, er waren geen andere geldschieters in beeld, en de aandeelhouders spraken niet meer met elkaar. De bewindvoerder verzocht de rechtbank om de surseance om te zetten in een faillissement. Drie weken later werd dat verzoek ingewilligd.

Close-up van een printplaat
Foto: Pixabay via Pexels

Wat er overblijft: een prototype dat niet van jou is

De boedel is een studie in leegte. Geen materiële activa. Geen onroerend goed. Geen lopende contracten, geen leaseovereenkomsten. Geen voertuigen. Geen machines. Op de bankrekening stond op het moment van het faillissement minder dan zevenhonderd euro. Dat is minder dan een maandsalaris van de enige werknemer die in dienst was.

Wat er wel was: intellectueel eigendom. De handelsnaam, de ontwerpen, de software, het prototype dat in een vergevorderd stadium verkeerde. Maar hier doet zich een pijnlijke juridische complicatie voor. Het bedrijf dat alles had ontwikkeld in opdracht, had een eigendomsvoorbehoud bedongen op al het geleverde werk. Alle prototypes en ontwerpen bleven eigendom van de ontwikkelaar totdat de volledige factuur was betaald.

Die factuur bedroeg 80.500 euro. Het is de enige crediteur in het gehele faillissement. En het eigendomsvoorbehoud betekent dat het meest waardevolle bezit — het werk dat met het geld van de aandeelhouders was gefinancierd — juridisch gezien niet eens van het bedrijf was. Je betaalt voor de ontwikkeling, maar als je de rekening niet volledig voldoet, is het resultaat niet van jou. Het is een harde les in eigendomsrecht die menig startupoprichter pas leert als het te laat is.

De enige werknemer werd de dag na het faillissement door de curator ontslagen.

Oprichting van het bedrijf in Veldhoven. Aandeelhouders: een Nederlandse holding (50%) en een investeringsmaatschappij uit Dubai (50%)

Ontwikkeling van de smart buckle door een extern technologiebedrijf. Het product bereikt een vergevorderd stadium

Onenigheid tussen aandeelhouders over verdere financiering. De buitenlandse partner wil niet meer investeren

Bestuurder dient verzoek tot surseance van betaling in bij de rechtbank

Bewindvoerder beoordeelt financiën en concludeert dat kortetermijnfinanciering niet haalbaar is

Surseance omgezet in faillissement

Enige werknemer ontslagen door de curator

Curator verkoopt goodwill en immateriële activa, waaronder de handelsnaam, voor 25.000 euro

De doorstart: iemand gelooft er nog in

In de kaalslag van dit faillissement is er een opmerkelijk lichtpunt. De curator is erin geslaagd om de goodwill en de immateriële activa — waaronder de handelsnaam — te verkopen voor 25.000 euro. Samen met het banksaldo brengt dat de boedelstand op ruim 25.600 euro.

€25.000 Verkoop goodwill
€664 Banksaldo
€25.664 Totaal boedel
€80.500 Schuld aan ontwikkelaar

Wie de koper is, vermeldt het verslag niet. Maar het feit dat iemand bereid was om 25.000 euro te betalen voor de naam en het concept van een product dat nog niet af is, suggereert dat er geloof bestaat in het idee. Misschien komt de buckle alsnog op de markt — onder dezelfde naam, maar met ander geld en een andere onderneming erachter. Of misschien koopt iemand de naam alleen om er nooit iets mee te doen. In het faillissementsrecht zijn doorstarts hoopvolle signalen, geen garanties.

Het is overigens een patroon dat vaker voorkomt in de startupwereld. Het idee overleeft het bedrijf. De technologie vindt een nieuwe eigenaar. De oorspronkelijke investeerders schrijven hun verlies af, en iemand anders waagt een nieuwe poging — hopelijk met diepere zakken of een beter doordacht financieringsmodel.

De juridische nasleep

Ondertussen is er ook een juridisch steekspel gaande buiten het faillissement om. De buitenlandse investeerder heeft bij de rechtbank een verzoek tot bewijsvergaring ingediend tegen de Nederlandse medeaandeelhouder. De exacte inhoud van dat verzoek is niet openbaar, maar het is gericht op het verkrijgen van documenten en informatie. Het geschil speelt tussen de aandeelhouders onderling, niet met het failliete bedrijf.

De curator onderzoekt intussen de gebruikelijke rechtmatigheidsvragen. Is er sprake van onbehoorlijk bestuur? Zijn er paulianeuze transacties verricht? Is de publicatieplicht nageleefd? Op al deze vragen is het antwoord voorlopig hetzelfde: in onderzoek. De jaarrekeningen zijn niet gedeponeerd, maar voor een bedrijf dat pas in 2024 is opgericht, hoeft dat op dit moment nog geen overtreding te zijn — de wettelijke termijnen lopen nog.

Wat vaststaat is dat de schuld aan de ontwikkelaar waarschijnlijk nooit volledig zal worden betaald. De boedel bedraagt een derde van die vordering. En als preferente crediteuren — de curator zelf, het UWV voor de ontslagen werknemer — hun deel opeisen, blijft er nog minder over. Het bedrijf dat het product daadwerkelijk bouwde, is de grootste verliezer.

De les uit Veldhoven

Het verhaal van deze startup is het verhaal van duizenden startups die het niet halen. Een goed idee, gefinancierd door investeerders met verschillende visies, ontwikkeld door een derde partij, geleid door een minimale bezetting. Zolang het geld stroomt, werkt het systeem. Zodra het opdroogt — en de partijen het niet eens worden over hoe verder — valt het kaartenhuis in elkaar.

De vijftig-vijftig aandeelhoudersverhouding, die bij oprichting een teken van gelijkwaardigheid leek, bleek bij onenigheid een recept voor verlamming. Geen van beiden kon de ander overstemmen. Geen van beiden wilde toegeven. En terwijl de aandeelhouders tegenover elkaar stonden, liep het geld weg en naderde het product zijn voltooiing zonder ooit de eindstreep te bereiken.

In Veldhoven, op een steenworp afstand van de chipmachinegigant die de wereldeconomie draaiende houdt, eindigde het avontuur van de slimme horlogegesp. Niet met een knal, maar met een juridische zucht. Een surseance die een faillissement werd. Een prototype dat van iemand anders bleek te zijn. En een doorstart die misschien — misschien — alsnog een product oplevert.

De smart buckle bestaat nog niet. Maar de naam is verkocht. Ergens werkt iemand wellicht verder aan het idee dat een klassiek horloge slim kan zijn zonder zijn ziel te verliezen. Of misschien ook niet.

Dit artikel is gebaseerd op het eerste openbare verslag van de curator. Het faillissement loopt nog en het rechtmatigheidsonderzoek is niet afgerond.

Dit dossier loopt nog

Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.

Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl
Advertentie

Lees ook