
De boekhandel die alles overleefde
Sinds 1857 stond de winkel aan de Hoofdstraat in Hoogeveen. Twee wereldoorlogen en internet overleefde hij — het conflict met de huisbaas niet.
Wie in Hoogeveen de Hoofdstraat afloopt, komt langs winkels die er morgen misschien niet meer staan. Het is een straat zoals zoveel Nederlandse winkelstraten: een afwisseling van ketens, leegstand en de enkele zaak die zich met moeite staande houdt. Eén pand viel altijd op. Achter de hoge ruiten lagen de boeken opgestapeld, stond er een tafel met de nieuwste romans, hing de geur van papier en koffie. Het was er sinds mensenheugenis. Letterlijk.
De boekhandel die hier zat, ging terug tot 1857. Negentien jaar voordat de telefoon werd uitgevonden, een halve eeuw voordat de eerste auto door Hoogeveen reed, opende een boekverkoper hier zijn deuren. De winkel overleefde twee wereldoorlogen, de komst van de radio, de televisie, de supermarkt, de winkelketen en uiteindelijk het internet. Honderdachtenzestig jaar lang werd hier verkocht, gelezen, ingepakt en aanbevolen.
Op 30 april 2026 sprak de rechtbank Noord-Nederland het faillissement uit. Niet van een wankel internetavontuur of een overhaaste startup, maar van een instituut dat ouder was dan vrijwel alles in de straat.
Een gezonde kern, met een sterretje
Op papier was de winkel het probleem niet. De boekhandel draaide. Jaar na jaar schreef de onderneming zwarte cijfers: een omzet die zich rond de driekwart miljoen euro bewoog en, anders dan zoveel boekwinkels in dit land, winst onder de streep. Zes mensen hadden hier hun vaste baan — een aantal van hen al tientallen jaren.
| Jaar | Omzet | Resultaat | Balans |
|---|---|---|---|
| 2023 | +€ 903.755 | +€ 66.180 | +€ 429.727 |
| 2024 | +€ 782.692 | +€ 90.280 | +€ 516.166 |
| 2025 | +€ 741.322 | +€ 31.496 | +€ 556.324 |
Bij die winst hoort wel een sterretje. Een van de zwaarste vaste lasten — de huur van het pand — werd lange tijd niet, of niet volledig, betaald (daarover straks meer). Wie zijn grootste kostenpost laat staan, schrijft makkelijker zwarte cijfers dan wie alles op tijd voldoet. Hoe gezond de winkel werkelijk was, valt dus niet los te zien van het conflict dat eronder lag.
In het verslag heet de boekhandel niettemin de gezonde kern van het geheel — al zijn dat de woorden van de directie, door de curator opgetekend. Het bedrijf maakte deel uit van een klein familieconcern: vijf vennootschappen onder één dak, met een holding, een vastgoedtak en een bedrijfje voor visuele communicatie. Het waren die andere onderdelen die verlies leden; de winkel moest ze overeind houden.
Dat verklaart waarom niemand zomaar wilde opgeven. Toen de cijfers begonnen te knellen, waren er mensen bereid geld in de zaak te steken: niet alleen het bestuur en de aandeelhouders, maar ook bevriende relaties — kennissen, vaste klanten, mensen die de winkel niet uit het centrum wilden zien verdwijnen. Een saneringsakkoord leek haalbaar. Er moest alleen ruimte komen om adem te halen.
Het pand, de lening en een verloren rechtszaak
Die ruimte zat muurvast in het pand. Zoals bijna elke winkel kreeg ook deze de naweeën van de coronapandemie over zich heen: tijdelijke sluitingen, daarna de explosie van de energieprijzen en oplopende personeelslasten. Een boekhandel verdient in dunne marges; er is weinig nodig om die te laten verdampen.
Maar de echte breuklijn liep door het gebouw zelf. Eind 2022 kwam het markante pand aan de Hoofdstraat in handen van een vastgoedpartij; de winkel huurde er een deel van. De huur liep tegen de achtduizend euro per maand en was gekoppeld aan de omzet. En er speelde meer: dezelfde eigenaar had de onderneming ook geld geleend.
Daar ontstond de ruzie. Vanaf 2023 hield de boekhandel de huur in, met het argument dat die verrekend mocht worden met de openstaande lening. Maandenlang kwam er geen huur binnen. De eigenaar bestreed die verrekening, wees op afspraken die volgens hem niet werden nagekomen, en stapte naar de rechter — die de eigenaar in het gelijk stelde: de boekhandel moest tienduizenden euro’s aan achterstallige huur alsnog betalen, op straffe van ontruiming. Het kwam tot een betalingsregeling en de winkel mocht blijven, maar de verhouding bleef beschadigd. In de woorden van het curatorverslag: een hoofdpijndossier.
Twee keer bijna gered
Hier wordt het verhaal er een van bijna. Twee keer leek er uitkomst, twee keer ketste het af.
De eerste hoop kwam van de gemeente. Hoogeveen zocht onderdak voor zijn bibliotheek, en het grote pand aan de Hoofdstraat kwam in beeld. Een bibliotheek in het gebouw zou alles kunnen veranderen: een nieuwe, stabiele invulling van het pand, misschien zelfs een andere eigenaar. De overbrugging naar dat vooruitzicht werd gefinancierd — er werd geld vrijgemaakt om het vol te houden tot het zover was. En toen, begin november 2025, koos de gemeente voor een andere locatie. De droom van de bibliotheek viel weg, en daarmee de grond onder het overbruggingsplan.
Een scenario anders dan faillissement leek nu onafwendbaar. Totdat zich, bijna op het laatste moment, een tweede redder meldde. Een bank en een geldautomaatexploitant wilden samen een servicepunt in de winkel openen — een balie waar je geld kon opnemen en bankzaken kon regelen, midden in de boekhandel. Het zou ongeveer vijfenzeventigduizend euro per jaar opleveren. Voor een onderneming die op dunne marges draaide, was dat geen klein bedrag; het kon het verschil betekenen tussen overleven en sluiten.
Maar voor zo’n servicepunt was medewerking van de eigenaar van het pand nodig. En die medewerking kwam er niet. Ook deze laatste kans strandde op dezelfde verstoorde verhouding die al voor de rechter was geweest. In april 2026 vroeg de directie het faillissement zelf aan. De rechtbank willigde het in.
De rekening
Wat de curator aantrof, was geen wanorde. De winkel draaide nog gewoon toen het faillissement werd uitgesproken; er stonden boeken in de kasten en klanten aan de kassa. Om die waarde niet verloren te laten gaan, mocht de curator de winkel met toestemming van de rechter-commissaris voorlopig openhouden. In de weken daarna werd nog voor zo’n vijfenzeventigduizend euro aan boeken verkocht — een laatste teken dat de zaak leefde.
Tegelijk zocht de curator naar een doorstarter. Er werd een verkoopmemorandum opgesteld, gegadigden kregen de cijfers, met het verzoek aan te geven hoeveel personeelsleden ze in dienst zouden willen nemen. Het leverde uiteindelijk twee biedingen op. Beide waren, alleen al afgezet tegen de waarde van de voorraad, zo laag dat er geen beginnen aan onderhandelen was. De doorstart ging definitief niet door. Wat restte, was een faillissementsuitverkoop: de boeken die hier honderdachtenzestig jaar lang waren verkocht, gingen voor het laatst over de toonbank, met een rode streep door de prijs.
Een boekverkoper opent zijn deuren aan de Hoofdstraat in Hoogeveen.
Corona, tijdelijke sluitingen, hoge energieprijzen en oplopende personeelslasten knagen aan de marges.
De gemeente kiest voor een andere locatie voor de bibliotheek; het overbruggingsplan valt weg.
Een bank en geldautomaatexploitant willen een servicepunt in de winkel; de verhuurder werkt niet mee.
De rechtbank spreekt het faillissement uit, op eigen aangifte.
Doorstart mislukt na twee te lage biedingen; de uitverkoop begint.
De cijfers van de afwikkeling zijn die van een kleine boedel. De Belastingdienst diende ruim 182.000 euro aan vorderingen in. Daarnaast meldden zich zeven andere schuldeisers met samen ruim 84.000 euro. Op de boedelrekening stond iets meer dan 21.000 euro. De curator verwacht dat de faillissementen uiteindelijk zullen worden voorgedragen voor opheffing wegens de toestand van de boedel — het ambtelijke einde voor een zaak waar simpelweg te weinig overblijft om iets te verdelen.
Eén regel in het dossier blijft hangen. Uit de administratie blijkt dat er rekening-courantverhoudingen waren met de aandeelhouders en de bestuurder, met een saldo van zo’n 87.000 euro in hun voordeel. Met andere woorden: de familie had zelf geld in de zaak laten zitten — geen mensen die zich rijk hadden gerekend ten koste van de winkel, maar mensen die hun eigen geld in een instituut hadden gestopt dat ze niet wilden zien verdwijnen.
Wat resteert
De curator doet nog onderzoek. De oorzaken van het faillissement, de boekhoudplicht, de vraag of er sprake was van onbehoorlijk bestuur of van benadeling van schuldeisers — het staat allemaal nog op “in onderzoek”, zoals dat hoort bij een eerste verslag. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen voor iets onoorbaars; wat het dossier tot nu toe schetst, is geen verhaal van fraude maar van een winkel die klem kwam te zitten tussen een veranderende wereld en vier muren die hij niet kon verlaten.
Wat overblijft zijn de vragen die zich opdringen zodra de uitverkoop voorbij is en het pand leeg achterblijft. Was de winkel werkelijk de gezonde kern die de directie erin zag — of leunde die winst vooral op een huur die lange tijd niet werd betaald? Wat gebeurt er met een winkelstraat als ook de oudste zaak verdwijnt? En had één ja — van een gemeente, of van een verhuurder — genoeg geweest om honderdachtenzestig jaar nog wat langer te laten duren?
Het faillissement is uitgesproken op 30 april 2026; het eerste verslag van de curator dateert van juni 2026. Het onderzoek loopt nog.
Dit dossier loopt nog
Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.
Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl