Beschimmeld brood en Pokémonkaarten
Hoe een dorpsbakkerij in anderhalf jaar van twee winkels naar een leeg bedrijfspand ging — en wat de curator aantrof
Het Oranjeplein in Puttershoek is het soort dorpsplein waar je doorheen fietst zonder er bij stil te staan. Een kerk, een paar winkels, en een bakkerij die er niet meer is. Het dorp aan de Oude Maas telt nog geen vijfduizend inwoners. Iedereen kent iedereen. De bakker al helemaal.
Maar toen de curator begin januari 2026 het pand betrad, trof hij geen warme ovens en geen geur van versgebakken brood. Wat hij wel vond: beschimmelde bakkerijproducten, lege stellingen, en een bedrijfsadministratie waar grote gaten in zaten. De computer met de kassagegevens was verdwenen. De boekhouder was al eerder gestopt. En op de bankafschriften stonden aankopen die niets met brood te maken hadden.
Pokémonkaarten, om precies te zijn. Voor bijna vierduizend euro.
Dit is het verhaal van een bakkerij die in minder dan vier jaar tijd van oprichting naar faillissement ging, en van een curator die bij het openmaken van de boeken op meer vragen dan antwoorden stuitte.
Twee winkels, dertien medewerkers, meer dan een miljoen omzet
De bakkerij werd in de zomer van 2022 opgericht en exploiteerde twee verkooppunten: een winkel in Puttershoek en een in ‘s-Gravendeel, het buurdorp aan de overkant van de polder. Dertien medewerkers gingen elke ochtend aan het werk. Brood, beschuit, koek, gebak — het volle bakkerijprogramma voor twee dorpen die samen amper tienduizend inwoners tellen.
De cijfers ogen op het eerste gezicht niet desastreus. In 2023 draaide de bakkerij een omzet van ruim 1,1 miljoen euro. In 2024 steeg die zelfs naar 1,3 miljoen. Maar achter die omzetgroei ging een structureel probleem schuil: het bedrijf maakte elk jaar verlies. Ruim tachtigduizend euro in 2023, en opnieuw bijna vierentachtigduizend in 2024.
| Jaar | Omzet | Resultaat | Balans |
|---|---|---|---|
| 2023 | +€ 1.120.414 | −€ 82.126 | +€ 289.910 |
| 2024 | +€ 1.310.664 | −€ 83.735 | +€ 354.517 |
Een bakkerij die meer dan een miljoen omzet maar jaar na jaar verlies lijdt — dat is een bedrijf dat zijn kosten niet onder controle heeft, of zijn marges niet op orde. Maar de werkelijke problemen lagen dieper dan de verlies-en-winstrekening laat zien. Veel dieper.
Op het moment van het faillissement waren er twaalf werknemers in dienst, plus een dertiende die eerder was ontslagen. Dat ontslag werd door de curator later als kennelijk onredelijk aangemerkt — weer een rode vlag in een dossier dat er vol mee zou blijken te zitten.
Wat de bestuurder zegt
Gevraagd naar de oorzaak van het faillissement wijst de bestuurder naar een zakelijke deal die verkeerd uitpakte. Het bedrijf zou een overeenkomst zijn aangegaan met een afnemer voor bakkerijproducten tegen een gereduceerd tarief — een deal die uiteindelijk meer kostte dan opleverde. Het is een verklaring die de curator noteert maar niet overneemt. Want wat uit het dossier naar voren komt, schetst een beeld dat aanzienlijk complexer is dan een enkele slechte deal.
De bestuurder is een natuurlijk persoon die zelf al sinds oktober 2023 persoonlijk failliet is. Dezelfde persoon is tevens bestuurder van twee andere vennootschappen. Het is een detail dat vragen oproept over de capaciteit en aandacht die aan de bakkerij werd besteed — maar ook over de vraag hoe iemand die persoonlijk failliet is, een bedrijf met dertien werknemers en een half miljoen euro schuld kan blijven besturen.
De boekhouder is per eind 2024 gestopt met zijn werkzaamheden. Over heel 2025 — het cruciale laatste jaar voor het faillissement — is er geen administratie bijgehouden. Geen boekhouding, geen jaarrekening, geen overzicht van wat er binnenkwam en wat er uitging. En de computer waarop de kasgegevens stonden? Die was al voor het faillissement uit het pand verwijderd.
Wat de curator werkelijk aantrof
De bevindingen van de curator lezen als een inventarisatie van alles wat mis kan gaan bij een bedrijf in nood. Stuk voor stuk zijn het rode vlaggen, en samen vormen ze een patroon dat de curator heeft doen besluiten tot de kwalificatie onbehoorlijk bestuur en paulianeus handelen.
De verdwenen computer. De computer waarop de kassagegevens stonden, was voor het faillissement uit het pand verwijderd. De curator heeft herhaaldelijk verzocht om teruggave van het apparaat en de data. Tot op heden is daar niet aan voldaan. Zonder die gegevens is het onmogelijk om de kasstromen van de laatste maanden volledig te reconstrueren. Het is alsof iemand het logboek van een zinkend schip heeft meegenomen naar de reddingsboot.
De Pokémonkaarten. Op de bankafschriften ontdekte de curator aankopen van Pokémonkaarten ter waarde van minstens 3.908,69 euro, gedaan vanaf half november 2025 — anderhalve maand voor het faillissement. Pokémonkaarten zijn verzamelobjecten die op de tweedehandsmarkt soms honderden euro’s per stuk opbrengen. Het is onduidelijk waar de kaarten zich bevinden en wat het doel van de aankopen was. De curator beschouwt deze transacties als paulianeus: verricht met het oogmerk om vermogen aan de boedel te onttrekken. Een bakkerij die Pokémonkaarten koopt terwijl de belastingschuld oploopt — het is het soort detail dat een faillissementsverslag onvergetelijk maakt.
De contante opnames. In een periode van tien dagen in november 2025 werden drie keer vijfduizend euro contant opgenomen van de bedrijfsrekening — in totaal vijftienduizend euro. De bestuurder verklaart dat het geld is gebruikt om zijn vader terug te betalen. De curator ziet ook deze opnames als paulianeus. Vijftienduizend euro cash in een periode waarin het bedrijf al op de rand van de afgrond balanceerde.
De verdachte QR-betalingen. Gedurende ruim twee weken in het najaar van 2025 werd vrijwel geen omzet via pinbetalingen geregistreerd — opmerkelijk voor een bakkerij die dagelijks tientallen klanten ontvangt. Een medewerker verklaarde tegenover de curator dat klanten in die periode konden betalen door een QR-code te scannen, maar dat die betalingen niet op de rekening van het bedrijf binnenkwamen. Waar het geld wel heen ging, is vooralsnog onduidelijk. Het is een van de meest verontrustende elementen in dit dossier: wekenlang stroomt er geld de bakkerij in via de toonbank, maar het komt niet op de bedrijfsrekening terecht.
De betaling na faillissement. Na het indienen van het faillissementsverzoek werd nog een bedrag van ruim 2.800 euro overgemaakt aan een vennootschap die gelieerd is aan de vader van de bestuurder. Een betaling die per definitie paulianeus is wanneer zij wordt verricht in het zicht van een faillissement, en al helemaal wanneer de begunstigde een gelieerde partij is.
De vader op de loonlijst
Een bijzonder element in dit dossier is de rol van de vader van de bestuurder. Deze staat op de loonlijst, maar de curator betwijfelt of er sprake is van een reëel dienstverband. De vader runt zelf ook bakkerswinkels en een bakkerij. Er ontbreekt mogelijk een gezagsverhouding — een essentieel element van een arbeidsovereenkomst.
Meerdere werknemers verklaarden tegenover de curator dat de bestuurder hen had meegedeeld dat zij na het faillissement zouden gaan werken voor de vader of een aan hem gelieerde onderneming. Verschillende werknemers bevestigden dat zij om die reden hun dienstverband wilden beëindigen.
Het roept de vraag op of de bedrijfsactiviteiten niet simpelweg worden voortgezet onder een andere vlag — zonder de schulden, maar met dezelfde mensen en dezelfde klanten. Een doorstart die geen doorstart heet, omdat hij buiten het zicht van de curator plaatsvindt.
De schade: een half miljoen aan de Belastingdienst
De financiële ravage is aanzienlijk. De totale schuld bedraagt ruim 548.000 euro, waarvan het overgrote deel — 469.319 euro — bestaat uit belastingschulden. Dat bedrag is opgebouwd uit twee componenten: ruim 406.000 euro aan loonheffingen die sinds de herfst van 2022 niet zijn afgedragen, en ruim 62.000 euro aan omzetbelasting die sinds het voorjaar van 2023 onbetaald is gebleven.
Lees dat nog eens: sinds drie maanden na de oprichting zijn er geen loonheffingen afgedragen. Dertien werknemers, drieënhalf jaar lang, zonder dat de Belastingdienst haar deel kreeg. Dat is geen ongeluk, geen vergissing, geen kwestie van even niet opletten. Dat is structureel niet-afdragen.
Daarnaast zijn er dertien concurrente crediteuren met vorderingen van in totaal ruim 79.000 euro. De huisbankier heeft de bankrelatie in het najaar van 2025 beëindigd.
De boedelstand is nul euro. Er is niets. De inventaris — bakkerijapparatuur, vitrines, ovens — is onderwerp van een eigendomsgeschil. De voormalige eigenaar claimt eigendomsvoorbehoud, pandrecht of een leaseconstructie op de bedrijfsmiddelen. Huur is er nooit betaald — de afspraken daarover zijn voor de curator onduidelijk.
Er is geen doorstart. Er is geen koper. Er is niets om te verkopen.
Onbehoorlijk bestuur
De curator concludeert dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. De grond: schending van de publicatieplicht. Alleen de jaarrekening over het eerste boekjaar is gedeponeerd. Over de twee jaren daarna ontbreken de jaarrekeningen. Over het laatste jaar is zelfs helemaal geen administratie beschikbaar.
Wanneer een bestuurder niet aan zijn publicatieplicht voldoet, geldt in het faillissementsrecht een bewijsvermoeden: het onbehoorlijk bestuur wordt vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Het is aan de bestuurder om dat vermoeden te ontzenuwen. Gezien de staat van de administratie — of beter: het ontbreken ervan — wordt dat een lastige opgave.
Oprichting van de bakkerij in Puttershoek
Laatste keer dat loonheffingen worden afgedragen aan de Belastingdienst
Vanaf dit moment wordt ook de omzetbelasting niet meer betaald
De bestuurder wordt persoonlijk failliet verklaard
Nauwelijks pinomzet gedurende weken; QR-betalingen die niet bij het bedrijf terechtkwamen
Huisbankier beëindigt de bankrelatie
Drie contante opnames van elk 5.000 euro — totaal 15.000 euro
Aankopen van Pokémonkaarten voor minstens 3.908 euro
Boekhouder stopt; administratie over heel 2025 wordt niet bijgehouden
Faillissement uitgesproken
Betaling van ruim 2.800 euro aan gelieerde vennootschap; computer met kassadata niet teruggegeven
Open vragen
Dit dossier zit vol losse draden, en elke draad leidt naar een nieuwe vraag. Waar is de computer met de kassagegevens, en waarom weigert de bestuurder die terug te geven? Waar zijn de Pokémonkaarten, en waarom werden ze gekocht met bedrijfsgeld terwijl de belastingschuld al opliep naar bijna een half miljoen? Waar gingen de QR-code-betalingen naartoe — wie ontving dat geld als het niet het bedrijf was?
Welke rol speelt de vader van de bestuurder werkelijk? Was hij werknemer, mede-ondernemer, of iets daartussenin? Worden de bakkerijactiviteiten voortgezet onder een andere vennootschap, met dezelfde mensen maar zonder de schulden? En hoe is het mogelijk dat een bedrijf drieënhalf jaar lang geen loonheffingen afdraagt zonder dat er eerder wordt ingegrepen?
De curator onderzoekt of er aanleiding is om de bestuurder persoonlijk aansprakelijk te stellen voor het boedeltekort. Bij een belastingschuld van bijna een half miljoen euro, een leeg bedrijfspand, een verdwenen computer en aankopen die niets met het bakkersvak te maken hebben, is dat geen hypothetische vraag.
In Puttershoek ruikt het niet meer naar vers brood op het Oranjeplein. Wat overblijft is een dossier vol vragen, een groep van dertien werknemers die hun baan kwijt zijn, en een Belastingdienst die al drieënhalf jaar op haar geld wacht.
Dit artikel is gebaseerd op het eerste openbare verslag van de curator. Het faillissement loopt nog — de curator brengt periodiek verslag uit zolang het dossier niet is afgesloten.
Dit dossier loopt nog
Zolang het faillissement niet is afgerond, verschijnen er nieuwe verslagen van de curator. Op FaillissementAlert.nl kun je dit dossier volgen en alle openbare stukken inzien.
Volg dit dossier op FaillissementAlert.nl