Ga naar inhoud
Een register-/dossierkaart met een vergrootglas op een bouwbedrijf — symbool voor het volgen van faillissementen in de bouwnijverheid.
Gids

Faillissementen in de bouw: cijfers en trends (2026) — en wat ze voor schuldeisers betekenen

Na een daling in 2025 stijgt het aantal failliete bouwbedrijven in 2026 weer hard. Wat betekent dat voor bouwmaterialen-leveranciers, machine­verhuurders, onderaannemers en andere schuldeisers die nog geld krijgen?

Na een daling in 2025 stijgen de faillissementen in de bouw in 2026 weer hard. In maart 2026 gingen er 53 bouwbedrijven failliet — een stijging van 60 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. De faillissementsgraad sprong van 11,1 naar 17,7 per 100.000 bouwbedrijven: een niveau dat de sector in de top vier van meest getroffen sectoren plaatst.

Voor een aannemer of projectontwikkelaar is dat een hard cijfer. Voor jou als bouwmaterialen-leverancier, machineverhuurbedrijf, steigerbouwer, onderaannemer of installateur is het een risicofactor die je actief moet beheren — zeker als je op rekening levert en continu lopende opdrachten hebt bij dezelfde debiteuren.

1. Stand van zaken in cijfers

Eerst het nationale beeld. In 2025 sprak de rechter 3.636 faillissementen uit (bedrijven en instellingen) — 15% minder dan de 4.270 in 2024. Breed gezien koelde de faillissementsgolf dus af.

De bouwnijverheid deed in 2025 mee met die daling:

  • 488 bouwbedrijven failliet in 2025 — 130 minder dan de circa 618 in 2024, een afname van ruim 21%.
  • Toch staat bouw in absolute aantallen op plek twee: alleen de handel (706 faillissementen) zag meer omvallende bedrijven.
  • De daling was met name zichtbaar bij installatiebedrijven, afwerkingsbedrijven en gespecialiseerde aannemers.

Maar 2026 brengt een kentering. Waar het aantal bouw-faillissementen in Q1 2025 van maand tot maand daalde (51 → 43 → 33), laat Q1 2026 het omgekeerde patroon zien:

Maand20252026
Januari5133
Februari4342
Maart3353
Q1 totaal127128

Het totale Q1-getal is nagenoeg gelijk, maar de richting is volledig omgedraaid. Terwijl de bouw in Q1 2025 aan het herstellen was, gaat Q1 2026 de andere kant op.

In de vergelijking met andere sectoren in maart 2026 staat bouw op de vierde plek qua faillissementsgraad, na horeca, transport & opslag, en industrie. Maar het tempo waarmee de sector in 2026 oploopt, is opvallend — en het houdt aan.

Update juli 2026: de meest recente CBS-cijfers (juni 2026) bevestigen het beeld. Landelijk daalde het aantal faillissementen in juni met 4% (302 bedrijven, tegen 314 in juni 2025) — maar de bouw deed daar niet aan mee. Het faillissementscijfer in de bouw steeg naar 19,0 per 100.000 bedrijven, tegen 13,4 een jaar eerder: een stijging van 42%. Samen met maart (+59%) en april (+44%, van 12,3 naar 17,7) is dit de derde maand op rij dat de bouw stijgt terwijl het landelijke totaal daalt of gelijk blijft. Zie de volledige sectorvergelijking in de maandcijfers juni 2026, waar bouw en transport & opslag samen de twee sectoren zijn die het sterkst uit de toon vallen.

Dat de bouw hier echt uit de pas loopt, wordt nog scherper als je de sector naast de dalers legt. In april 2026 daalde het landelijke aantal faillissementen met 12% (293 tegen 332 een jaar eerder) — en die daling zat vooral bij horeca (faillissementsgraad van 31,0 naar 20,1 per 100.000) en industrie (van 33,4 naar 24,1). Terwijl die twee sectoren dus een duidelijke verbetering laten zien, steeg de bouw in diezelfde maand juist naar 17,7 per 100.000 (+44% t.o.v. april 2025). Geen sector-brede opluchting dus, maar een sector die tegen de landelijke trend in verslechtert terwijl vergelijkbare sectoren juist herstellen.

2. Waarom de bouw zo kwetsbaar is

De bouwsector kent een aantal structurele kwetsbaarheden die faillissementen kunnen versnellen:

  • Lange betalingsketen met kettingrisico. Een groot bouwtproject heeft een opdrachtgever, een hoofdaannemer, meerdere onderaannemers en tientallen leveranciers. Als de opdrachtgever of hoofdaannemer betalingsproblemen krijgt, loopt dat direct door de keten: onderaannemers krijgen hun termijnen niet, leveranciers hun facturen niet.
  • Sterk conjunctuurgevoelig. De bouw is nauw verbonden met de woningmarkt, rentestand en overheidsbestedingen. Stijgende rente en dalende woningprijzen remmen nieuwbouw direct af; bestaande projecten lopen door maar nieuwe opdrachten drogen op.
  • Stikstof en vergunningen. Projectvertragingen door PAS-uitspraken, stikstofregels en omgevingsvergunningen betekenen dat aannemers langer wachten op startmomenten — met doorlopende kosten.
  • Stijgende loon- en materialenkosten. CAO-aanpassingen in de bouw zijn de afgelopen jaren fors geweest; materialen als staal, beton en isolatiemateriaal werden na de inflatiegolf van 2022–2023 deels stabiel maar blijven hoog. Vaste kostenstijgingen die niet in bestaande contracten zijn doorberekend, vreten aan de marge.
  • Dunne marges en weinig reserve. Met name kleinere aannemers en ZZP’ers in de bouw werken op smalle marges. Een paar maanden vertraging of een niet-betaalde factuur kan de liquiditeit volledig leegzuigen.
  • Naijl-effect van coronabelastingschulden. Ook in de bouw lopen nog uitgestelde schulden af die eerder waren opgeschort — voor een deel van de faillissementen in 2025–2026 is dat de directe aanleiding.

Voor schuldeisers heeft dit één praktische consequentie: een aannemer die er solide uitziet — met een volle orderportefeuille — kan binnen enkele maanden in acute problemen komen als één grote opdrachtgever uitvalt of een project stagneert.

Vooruitblik: Atradius verwacht landelijke daling in 2026, keerpunt in 2027. Kredietverzekeraar Atradius voorspelt voor Nederland in 2026 een dáling van circa 3% van het aantal faillissementen (naar zo’n 3.500) — Nederland wijkt daarmee af van de wereldwijde trend van +3%. Voor 2027 verwacht Atradius een ommekeer: een stijging van circa 6% (naar zo’n 3.700), mede door afzwakkende economische groei door onzekerheid over Amerikaans handelsbeleid. Voor de bouw blijft de externe kostendruk ondertussen los van dit landelijke beeld relevant: Amerikaanse importtarieven en een zwakke Duitse economie werken indirect door — via duurdere of vertraagde grondstoffen (staal, techniek) en toeleveranciers die zelf aan de Duitse industrie hangen — bovenop de binnenlandse rente- en vergunningsdruk die de sector al kwetsbaar maakt. Duitsland is de belangrijkste handelspartner van Nederland en het Duitse faillissementsaantal lag in de eerste helft van 2025 al op het hoogste niveau in tien jaar.

Ook voor de crediteurenkant van deze markt schuift het risico, niet weg. Uit onderzoek van kredietinformatiebureau Boiten Luhrs blijkt dat het aantal betalingsachterstanden op aflopende kredieten in 2025 steeg naar 216.000 huishoudens — een niveau dat het hoogste is in vijf jaar (2024: 198.000, +9%) — terwijl achterstanden op doorlopende kredieten juist daalden. Voor credit-controlteams die bouwdebiteuren beoordelen, is de conclusie hetzelfde als bij de faillissementscijfers: het gemiddelde daalt, maar het risico verplaatst zich eerder dan dat het verdwijnt.

3. Wat een bouw-faillissement betekent voor leveranciers en onderaannemers

Dit is waar het voor jou concreet wordt. Gaat een bouwklant failliet, dan benoemt de rechtbank een curator die de boedel beheert en verdeelt. De verdeling volgt een vaste rangorde:

  1. Boedelschulden — kosten van de curator en lopende verplichtingen die de curator voortzet.
  2. Preferente schuldeisers — de Belastingdienst en het UWV gaan voor.
  3. Concurrente schuldeisers — bouwmaterialen-leveranciers, machineverhuurbedrijven, steigerbouwers, onderaannemers. Dat ben jij doorgaans. Je deelt mee in wat er na de hogere rangen nog over is — in de praktijk is dat vaak weinig tot niets.

Wat jouw positie mede bepaalt:

  • Eigendomsvoorbehoud op materialen. Heb je in je algemene voorwaarden een eigendomsvoorbehoud opgenomen op geleverde bouwmaterialen die nog niet zijn ingebouwd of verwerkt, dan zijn die juridisch nog van jou. Je kunt ze (in beginsel) terughalen. Maar zodra beton gestort is of tegels gelegd, is het voorbehoud niet meer inroepbaar — snelheid is alles.
  • Verhuurde machines en steigers. Als machineverhuurbedrijf is de installatie doorgaans nog van jou; je kunt die terugvorderen. Maar ook hier geldt: kom er snel bij voordat materiaal elders verdwijnt of de curator beschikkingsrecht claimt.
  • Onderhands pandrecht en zekerheidsstellingen. Sommige onderaannemers en leveranciers hebben een aanneemsom-retentie of bouwrekening-afspraken. Dit vereist maatwerk; je juridische positie hangt af van wat er contractueel is vastgelegd.
  • Surseance als voorbode. Krijgt een bouwklant eerst surseance van betaling, zie dat als een zwaar rood signaal. In meer dan de helft van de gevallen mondt surseance uit in een faillissement. Blokkeer lopende leveringen en beperk je risico zodra je dit signaal ontvangt.

De rode draad: schuldeisers die er snel bij zijn — die hun eigendomsvoorbehoud inroepen, leveringen staken en hun contractuele positie kennen — redden het meest. Wie het faillissement een week te laat ontdekt, vist achter het net.

Zet een gratis faillissement-alert. Voer de aannemers, opdrachtgevers en bouwbedrijven in die je volgt — klanten, debiteuren, onderaannemers — en je krijgt automatisch een melding zodra er een faillissement, surseance of relevante registerwijziging wordt uitgesproken. Geen dagelijks zoekwerk, geen gemiste deadline voor je eigendomsvoorbehoud.

Zet nu je gratis bouw-alert — gratis, in twee minuten geregeld.

4. Hoe je bouw-faillissementen op tijd ziet aankomen

Je kunt niet voorkomen dat een aannemer omvalt — maar je kunt zorgen dat je het als eerste weet. Faillissementen en surseances worden gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister via insolventies.rechtspraak.nl. Het probleem: dat register waarschuwt je niet actief. Wie tientallen of honderden bouwbedrijven handmatig moet natrekken, ontdekt een faillissement pas als de boedel al is verdeeld.

Vroege signalen die je zelf kunt monitoren:

  • Betalingstermijnen die oplopen. Een klant die van 30 naar 60 naar 90 dagen glijdt, is een veelzeggend patroon.
  • Projecten die stagneren. Als een aannemer plots werken staakt of opschort, kan dat duiden op cashflow-problemen.
  • Berichten in de vakpers. Bouwvakbladen en aanbestedingsplatforms signaleren soms eerder dan het CIR.

Maar geen enkel handmatig signaal is zo betrouwbaar of snel als een geautomatiseerde melding. Daarom bestaat FaillissementAlert.nl: je voert de bedrijven in die je volgt en krijgt automatisch bericht zodra er iets verandert in het insolventieregister. Voor wie aan de bouw levert — met zijn kettingrisico’s en oplopende faillissementsgraad in 2026 — is dat het verschil tussen op tijd handelen of te laat komen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel bouwbedrijven gaan er failliet in Nederland? In 2025 gingen 488 bouwbedrijven failliet — 130 minder dan in 2024 (circa 618). Toch is bouw in absolute aantallen de tweede sector na de handel. En in 2026 houdt de stijging aan: na maart (17,7 per 100.000, +60%) en april (17,7, +44%) stond het cijfer in juni 2026 op 19,0 per 100.000, tegen 13,4 een jaar eerder — terwijl het landelijke totaal in juni juist 4% daalde.

Welke sectoren in de bouw hebben de meeste faillissementen? De daling in 2025 was met name zichtbaar bij installatiebedrijven, afwerkingsbedrijven en gespecialiseerde aannemers. In 2026 trekt de trend weer aan bij algemene en gespecialiseerde bouw.

Waarom gaan er zo veel bouwbedrijven failliet? De bouw combineert conjunctuurgevoeligheid met een lange betalingsketen. Opdrachtgevers die zelf in de problemen komen, brengen onderaannemers en leveranciers mee omlaag. Stijgende loon- en materialenkosten, vertragingen door vergunningen en stikstofregels en naijlende coronabelastingschulden versterken het effect.

Ik ben bouwmaterialen-leverancier of machineverhuurbedrijf van een failliete aannemer — krijg ik mijn geld nog? Meestal maar deels of niet. Een curator verdeelt de boedel volgens rang: boedelschulden en preferente schuldeisers gaan voor. Als concurrente schuldeiser krijg je een pro-rata deel van wat er overblijft. Een eigendomsvoorbehoud op nog niet verwerkte materialen of recht op terugname van verhuurde machines biedt soms uitkomst — maar alleen als je er snel bij bent.

Hoe weet ik snel of een bouwklant failliet is? Faillissementen worden gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister (insolventies.rechtspraak.nl). Handmatig natrekken van tientallen aannemers kost te veel tijd. Met een gratis faillissement-alert krijg je automatisch bericht zodra er een faillissement of surseance op een door jou gevolgd bedrijf wordt uitgesproken.

Wat resteert

De bouw is na de handel de sector met de meeste faillissementen in absolute aantallen — en in 2026 draait de trend weer omhoog, naar een faillissementsgraad van 17,7 per 100.000 in maart. Voor leveranciers, machineverhuurbedrijven, onderaannemers en andere schuldeisers in de bouwketen is de boodschap eenvoudig: je kunt niet voorkomen dat een klant omvalt, maar je kunt wél zorgen dat je het als eerste weet.

Zet je gratis faillissement-alert →


Bronnen: CBS, Faillissementsstatistiek (StatLine-tabel 82242NED, “Faillissementen; bedrijven en instellingen, SBI 2008”), CBS-maandberichten over faillissementen 2025–2026 (cbs.nl) — waaronder “In maart 12 procent meer faillissementen dan een jaar eerder”, “In april 12 procent minder faillissementen dan een jaar eerder” en “In juni 4 procent minder faillissementen dan een jaar eerder” — Aannemer.vakblad (aannemervak.nl) — “Minder bouwbedrijven failliet in 2025” en “Aantal failliete bouwbedrijven stijgt fors in maart 2026”, Onderneming.nl — “Aantal faillissementen daalt met 12 procent: vooral horeca en industrie zien verbetering” (28 mei 2026, cijfers over april 2026), Atradius (“Ontwikkeling faillissementen Nederland gaat in tegen wereldwijde trend”), Boiten Luhrs (kredietinformatie over betalingsachterstanden 2025). Cijfers betreffen uitgesproken faillissementen van bedrijven en instellingen; de faillissementsgraad is het aantal failliete bedrijven per 100.000 bedrijven in de sector. Laatst bijgewerkt: 22 juli 2026.